Gebarentaal

Gebarentalen zijn visuele talen
Over de gehele wereld worden meer dan 5000 talen gebruikt. Voor de meeste talen heb je je stem en oren nodig om te kunnen communiceren, maar dat geldt niet voor alle talen. Sommige talen gaan juist via de handen en de ogen, ofwel: de gebarentalen. Deze talen zijn, net als bijna alle gesproken talen, op een natuurlijke manier ontstaan. Voor Doven zijn de gesproken talen minder (of zelfs helemaal niet) toegankelijk, want de spraak kunnen zij niet verstaan. Door middel van liplezen zijn slecht enkele klanken zichtbaar en kunnen ze dus niet alles meekrijgen. Daarom gebruiken Doven hun handen en ogen, in plaats van hun stem en oren. Ze gebruiken gebaren om te communiceren, de taal is dus zichtbaar en wordt daarom ook wel een visuele taal genoemd

Gebarentaal is niet universeel
Gebarentaal is een natuurlijke taal, dat wil zeggen dat mensen op een bepaalde plek de behoefte hadden om te communiceren en zo in de loop van de taal een taal ontwikkelden. Zo zijn er op verschillende gebieden in de wereld allerlei verschillende gebarentalen ontstaan. Elk land kent zijn eigen gebarentaal, bijvoorbeeld de Nederlandse Gebarentaal, de Vlaamse Gebarentaal, de Duitse Gebarentaal, de Britse Gebarentaal, de Amerikaanse Gebarentaal en zo zijn er nog veel meer.

Wat is de Nederlandse Gebarentaal?
De Nederlandse Gebarentaal is een natuurlijke taal met een eigen lexicon (woordenschat) en grammatica. Zo is bijvoorbeeld de volgorde van gebaren in een zin anders dan de volgorde van woorden in een Nederlandse zin. Neem bijvoorbeeld de Nederlandse zin: Ik ga naar school. In gebarentaal gebaar je dan: IK SCHOOL GAAN. Het werkwoord staat op een andere plek in de zin dan in het Nederlands.
Daarnaast speelt in de grammatica van de Nederlandse Gebarentaal onder meer de ruimte voor het lichaam een belangrijk rol, die wordt ook wel de 'gebarenruimte' genoemd. In deze ruimte kunnen bijvoorbeeld personen en objecten geplaatst worden waar over gepraat wordt, maar ook kunnen inde gebarenruimte werkwoorden vervoegd worden door de bewegingsrichting van een gebaar te veranderen.

© 2013, Jelien Kruizinga